De kunstenaar aan het werk in zijn atelier. De klei wordt in fijne plakken gesneden, in de juiste vorm gebracht en aan elkaar gekleefd. Langzamerhand krijgt het werk gestalte.
Na het boetseren, volgt een lang droogproces en daarna kan het beeld gebakken worden. Dit gebeurt in een met hout gestookte veldoven bij een temperatuur van 1200 graden. Het bakken zelf duurt ongeveer 10 uur.
Na een afkoelingsperiode van twee dagen wordt de oven opengebroken.
Het openbreken van de oven is een speciaal moment. Pas nu kan de keramieker het resultaat zien van zijn werk; de vrucht van zijn verbeelding.
De kunstenaar keurt zijn werk. Zijn de onberekenbare factoren, de natuurelementen, de ovengodjes hem gunstig gezind geweest?