Hondensledetocht in Canada: maart 1998.

Nieuwjaarsdag 1998. Tussen het gebruikelijke bovenhalen van de familienostalgie en de sterke verhalen, komt Paul (organisator van avontuurlijke reizen en bezieler van Hippo-Trek) opeens op de proppen met een voorstel: hij moet op prospectie naar Canada om er de hondesleetochten te testen en waarom zouden we niet onder neven gaan? Schitterend idee en niet te refuseren dus!
Een kleine twee maanden later is het zover. Eens op Canadese bodem is het vanuit Toronto nog zes uur rijden, 'up north'. Veel van het voorbijglijdende landschap zien we niet, want het is al donker en de meesten van ons slapen een -op z'n zachtst gezegd- geanimeerde vlucht uit. Na een nachtje 'In the Woods', een lodge met kamers en ontbijt, worden we wakker in een andere wereld. Het heeft gesneeuwd en nu al zitten we in een bosrijke omgeving. Een stevig ontbijt; kennismaking met onze twee gidsen; alle bagage op de sleeën binden; een eerste uitleg over lead dogs, point dogs, wheel dogs, het klaarmaken en besturen van de sleeën; en dan dieper de bossen, de wijde wereld in. Het zou een memorabele tocht worden…

Door de bossen ging het op en neer, soms langs zeer nauwe 'dog trails', waar de takken kunnen toeslaan als venijnige zweepjes. De honden kennen de weg en lopen onvermoeibaar verder, tot je plots in een verblindende, ijzig stille, onmetelijke ruimte terechtkomt. Stilte en ruimte die je hier bij ons niet meer vindt. Eerst dacht ik aan een enorme, met sneeuw bedekte open grasvlakte in de bossen, tot het tot me doordrong dat we over een meer aan het trekken waren! 60 cm dik ijs, zou later blijken. Je hoorde er enkel het glijden van je eigen, zwaargeladen slee en het trappelen van de honden. In een sierlijk en adembenemend schouwspel baanden de 47 honden en 9 sleeën zich een weg door een enorme, geruisloze wereld.

Iedereen stond verstomd van de kracht en het doorzettingsvermogen van die toch eerder kleine hondjes en gaf toe het op de soms lange en zware tochten, zonder hun hulp al lang opgegeven te hebben. Eskimo's en Siberische Husky's: honden met veel kracht, snelheid en uithoudingsvermogen; werkhonden, bijna geheel gespecialiseerd in het trekken van sleeën. Dagen aan een stuk werken en sleuren in barre omstandigheden, zonder voedsel als het moet, is voor deze honden geen probleem. Zolang ze kunnen werken, geven ze geen kik. Maar van het moment dat je op je rem trapte om eventjes halt te houden, keken ze achterom om te zien wat er scheelde en keken ze je aan met een blik van: 'Komaan, jongen, wij willen doorgaan!' Als de pauze te lang duurde, werden ze ongeduldig en begonnen ze te trekken en te sleuren en startte er een oorverdovend lawaai. 47 blaffende en huilende honden: de moeite om te horen! Het enige waar ze volgens de gids iet of wat last van hadden, was de temperatuur. 'They like it colder.' Ook in Canada was het dit jaar geen winter zoals gewoonlijk. El Niño - je weet wel. De 'normale' temperaturen (-15°C tot -20°C overdag en -25°C tot -30°C 's nachts) werden bijlange niet gehaald en ook de sneeuwval was maar een peulschil van de normale hoeveelheid. Af en toe een hap sneeuw onderweg of bij een halte zich wentelen in de sneeuw, bracht soelaas voor de honden. Het zijn vriendelijke, aanhankelijke beestjes, maar onder elkaar kunnen ze soms heel hard zijn.
Het leuke was dat je voor de hele trektocht je eigen span had. Je maakte hen 's morgens klaar voor de trektocht, spande hen voor de slee, praatte tegen hen tijdens de tochten,… Na verloop van tijd kende je hun namen; herkende jij hen, zij jou; wist je welke karakteristieke trekjes elke hond had en groeide er een speciale band. Vooral je eigen lead dog ging je als een persoonlijke helper beschouwen die ervoor zorgde dat je de tocht tot een goed einde bracht.

De kampen waren primitief en op z'n minst avontuurlijk te noemen. Toen we de eerste keer in een kamp aankwamen, keken we elkaar aan en moesten we even slikken. 'Het Avontuur' was waarvoor we gekomen waren en dat kregen we ook!
Het kamp moest klaargemaakt worden voor de nacht: tenten opzetten, hout hakken voor de primitieve stoofjes in de tenten en voor het vuur dat ons buiten moest warm houden en soms diende als kookvuur, de stoofjes en het kampvuur aan de praat krijgen,… En het mag gezegd: beide gidsen stonden met de mond vol tanden te kijken naar de Vlaamse snelheid en efficiëntie. Water werd er -na tussenkomst van een bijl- uit het meer of de rivier gehaald en was tot onze grote verbazing rechtstreeks drinkbaar. Je zou het hier eens moeten proberen! Het eten werd klaargemaakt en verorberd bij het kampvuur, waar de sneeuw -ondanks de beschutting van de bomen- zonder ophouden in je bord bleef neerdwarrelen.

De gesprekken 's avonds bij het kampvuur waren verrijkend. De twee gidsen hadden elk op hun eigen manier heel veel te vertellen en waren aangenaam gezelschap. Keith (60 jaar) had ervaring en verhalen in overvloed en kon uren sappig vertellen over zijn belevenissen in de Canadese arctic en wouden. Toen hij het jachtige leven als art director beu was, is hij naar de arctic vertrokken om er te leven en te werken met zijn honden. Na 16 jaar is hij terug naar het zuiden getrokken om er hondesleetochten te organiseren. Een bewogen leven en veel boeiende verhalen dus. Clayton (21 jaar) was een eerder stille jongen die nog nooit zijn eigen streek verlaten had, maar was door zijn ervaringen met het gebied waar we in rondtrokken, op zijn manier boeiend gezelschap.

De tochten waren zalig. Door de bossen, over de meren en rivieren. Een prachtige natuur die voorbijglijdt. Soms waren de tochten echte safari's. Wanneer een rivier zwakke plaatsen in het ijs vertoonde, moest er een plaats gezocht worden waar wel kon overgestoken worden. Een continue wisselwerking tussen mens en dier was noodzakelijk om vorderingen te maken en soms quasi onbetreedbare stukken te overbruggen. Het was soms lastig, maar de genoegdoening 's avonds was des te groter.
Onderweg een gat in het ijs hakken om koffie te kunnen zetten en eten in het midden van een rivier gaf een vreemd gevoel. Je voelt je zo klein en nietig in een onmetelijk, schijnbaar onaangeroerd landschap. Soms kwamen we pas bij donker terug in het kamp aan. En donker is daar donker: geen lichtvervuiling zoals hier en dus ook een betoverende sterrenhemel.

Je kan je niet voorstellen hoe het voelt om zes dagen lang niemand anders te zien dan je metgezellen, niets tegen te komen (met uitzondering van één enkele spoorlijn) dat enigszins op beschaving of menselijke aanwezigheid wijst. Je zes dagen niet wassen en na verloop van tijd dus stinken zoals de honden (iedereen stonk dus je was je er zelfs niet van bewust). Een douche, nadien terug in de lodge, had nog nooit zo'n deugd gedaan. Het 'downloaden' -een mens moet met zijn tijd meegaan nietwaar- gebeurde in de plaatselijke openbare toiletten: gehurkt tussen de bomen dus. Geen luxe zoals we die hier gewend zijn, maar een o zo verrijkende afwisseling en ervaring! De confrontatie met de natuur, de anderen, de honden en jezelf is onvergetelijk. En dit in familiekring kunnen beleven, maakte het nog specialer. In omstandigheden zoals deze, leer je elkaar nog veel beter kennen. Een ervaring om nooit meer te vergeten!

Lieven Coudenys - maart 1998.