|
Het boetseren van menselijke
gestalten is zo oud als de wereld; als we de bijbel mogen geloven, deed
God de Vader het al op de zesde dag van de schepping...
Het menselijk figuur wordt door de kunstenaar uitgerafeld en gevoelsmatig
weer samengesteld in een persoonlijke vormentaal. De beelden leggen een
getuigenis af van een aardgebondenheid, die haar kiemen vindt in onze
cultuurgeschiedenis. Makers van keramiek komen voortdurend in aanraking
met de natuurelementen. Bij de vormgeving spelen water en aarde een belangrijke
rol. Het bakproces daarentegen wordt beheerst door atmosfeer en hitte
in de oven. De kunstenaar leeft steeds met de onzekerheden, eigen aan
de natuur omdat hier bewust gekozen werd voor de avontuurlijkheid van
een dag stoken met een primitieve houtoven. Het stapelen, het stoken en
het openen van de oven blijven, steeds weer, handelingen die de kunstenaar
met spanning tegemoet ziet. In theorie kan niets mislopen, maar de oven
en zijn inhoud houden niet steeds rekening met de door de mens berekende
wetmatigheden. Als het bakproces meegevallen is omdat ook alle onberekenbare
factoren in het voordeel zijn uitgevallen, zweeft de kunstenaar meestal
op vleugels.
|